Curriculum vitae

Algemeen

afb. 8696
Ik ben emeritus hoogleraar en gespecialiseerd in insecten als voedsel en veevoeder. Ik ben opgeleid aan de Universiteit van Wageningen en heb meer dan 350 publicaties op mijn naam staan, waaronder het invloedrijke FAO-boek *Edible Insects: Future Prospects for Food and Feed Security*. Daarnaast was ik van 2017 tot 2026 hoofdredacteur van het *Journal of Insects as Food and Feed *.

Ik heb mijn bacheloropleiding afgerond aan de Rijksschool voor Tuinbouw in Utrecht en mijn masteropleiding aan de Universiteit van Wageningen in Nederland. Van 1974 tot 1979 werkte ik in Nicaragua voor de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties aan een onderzoeksproject over geïntegreerde plaagbestrijding (IPM) bij voedingsgranen.

Opleiding en werkervaring

Onderwijs

1972-1976 Staatsschool voor Tuinbouw, Utrecht

  • Belangrijkste vakgebieden: groente- en fruitteelt, bloementeelt en afzet

1977-1974 Master of Science, Wageningen University & Research

  • Belangrijkste vakgebieden: Gewasbescherming (entomologie, fytopathologie, virologie, nematologie), tropische plantenteelt, economie van ontwikkelingslanden, organische chemie, biochemie
  • Studierichtingen: entomologie (biologische bestrijding, biotaxonomie, endocrinologie), zoölogie (populatiedynamica)

1979-1981 Promotie aan de Universiteit en Onderzoekscentrum Wageningen

  • Proefschrift:„Geïntegreerde plaagbestrijding in de maïsteelt van kleine boeren in Nicaragua”, gepubliceerd in ‘Communications Agricultural University Wageningen’, 81‑6 (1981), 221 blz. (gebaseerd op gegevens die als FAO-deskundige tussen 1974 en 1979 zijn verzameld) (Toegang verkrijgen)

Werkervaring

1972 Wetenschapper bij ICIPE

Onderzoeker bij het internationale Centrum voor Insectenfysiologie en -ecologie in Nairobi, Kenia

Onderzoek: Oriëntatiegedrag van de oogsttermiet Hodotermes mossambicus (Hagen) (Leuthold et al., 1976)

1974 – 1979 Deskundige bij de FAO

Entomologie door deskundigen in het kader van een FAO-project Ontwikkeling en implementatie van geïntegreerde plaagbestrijding bij katoen en voedingsgranen in Nicaragua

  • Ontwikkeling van technologie voor geïntegreerde plaagbestrijding (IPM) bij katoen, maïs, sorghum en bonen.

1979-1981 Promotie aan de WUR

  • Promovendus aan de Wageningen University & Research; proefschrift: „Geïntegreerde plaagbestrijding in de maïsteelt van kleine boeren in Nicaragua”, gepubliceerd in ‘Communications Agricultural University Wageningen’, 81‑6 (1981), 221 blz. (gebaseerd op gegevens die als FAO-deskundige tussen 1974 en 1979 zijn verzameld) 

1981-1982 Wetenschapper aan de WUR

  • Onderzoekswetenschapper bij Wageningen University & Research, verantwoordelijk voor de uitwerking vande publicatie „Traditionele ongediertebestrijding bij maïs in Nicaragua“ (van Huis, 1982) (Toegang krijgen)

1982 – 1985 premier van Niger

Projectmanager van het ‘Regionaal opleidingsprogramma voor gewasbescherming in de acht Sahlelian-lidstaten’

  • Project „Département de Formation en Protection des Végétaux“ (DFPV) van het regionale centrum Agrhymet in Niger. Leiding gegeven aan een team van 8 specialisten die studenten uit de Sahel hebben opgeleid. Gefinancierd door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken.

1985 – 2015 Wetenschapper WUR

Hoogleraar, Afdeling Entomologie, Wageningen University & Research

  • Duurzame productie van eetbare insecten
  • Interdisciplinair project „Convergence of Sciences Programme“ in Benin, Ghana en Mali.
  • Het ontwerpen van verbeterde methoden voor het in kaart brengen van de woestijnsprinkhaan en bestrijdingsstrategieën aan de hand van scenariostudies (onder andere in Soedan)
  • Biologische bestrijding van plagen bij opgeslagen cowpea
  • Projecten in Kenia (biologische bestrijding van stengelboorders), de Filippijnen (IPM-bladrollers), Zanzibar (boerenveldscholen)

2015 – heden Emeritus hoogleraar

Emeritus hoogleraar Wageningen University & Research

  • Houdt zich voornamelijk bezig met insecten als voedsel en veevoer. Geeft lezingen over de hele wereld. Schrijft artikelen en treedt op als adviseur.

Belangrijkste taken

aantal publicaties

presentatie1

Uitgebreid cv in chronologische volgorde

Januari 2015 – heden. Emeritus hoogleraar. Houdt zich voornamelijk bezig met insecten als voedsel en veevoeder. Geeft lezingen over de hele wereld. Schrijft artikelen en treedt op als adviseur.

Oktober 1985 – december 2015. Hoogleraar, Afdeling Entomologie, Universiteit van Wageningen

  • Werkgever: Laboratorium voor Entomologie, Universiteit Wageningen, Nederland, Postbus 8031, 6700 EH Wageningen, Nederland.
  • Onderzoek:
    • Het potentieel van duurzame productie van eetbare insecten en van insecten afgeleide producten, met name eiwitten, als betrouwbare en hoogwaardige bron van voedsel en diervoeder met een lagere negatieve impact op het milieu dan conventionele vleesproductie. Van 2003 tot heden.
    • Programma voor wetenschappelijke convergentie in West-Afrika, gericht op het vergroten van de impact van landbouwonderzoek in ontwikkelingslanden. Convergentie tussen natuurwetenschappen en sociale wetenschappen (interdisciplinariteit), tussen maatschappelijke belanghebbenden (transdisciplinariteit – democratisering van de wetenschap) en tussen instellingen. Fase 1 (2001-2006) Benin en Ghana (2,2 miljoen euro); fase II (2008-2014) Benin, Ghana en Mali (4,5 miljoen euro). Van 2001 tot 2014.
    • Het ontwikkelen van verbeterde methoden voor het in kaart brengen van de woestijnsprinkhaan en bestrijdingsstrategieën aan de hand van scenariostudies. Van 1990 tot 2007.
    • Biologische bestrijding van de opslagplagen Callosobruchus maculatus en Bruchidius atrolineatus (Col.: Bruchidae) bij de cowpea door middel van de eierparasitoïde Uscana lariophaga (Hym.: Trichogrammatidae) in West-Afrika: studies naar waardkeuze, invloed van abiotische factoren, reukonderzoek, functionele respons, semiochemicaliën, biologie en ecologie, en effectstudies. Onderzoek in samenwerking met verschillende universiteiten in West-Afrika (Niamey, Ouagadougou, Lomé en Cotonou) en Europa (Londen, Tours). Van 1985 tot 2005.
    • Diverse onderwerpen, afhankelijk van de promotieonderzoeken.
    • Verantwoordelijk zijn voor een aantal onderzoeksprojecten op het gebied van geïntegreerde plaagbestrijding en biologische bestrijding in de tropen.
  • Gedoceerde vakken:
    • Geïntegreerde bestrijding van insecten en vectoren in tropische gewassen (1985-2002).
    • Ecologische aspecten van bio-interacties (2003-2011)
    • Ongediertebestrijding in de biologische landbouw (2007-2010)
    • Inleiding tot de plantkunde (2001-2008)
    • Ontwikkeling van plagen en ziekten (1997-2002)
    • Insecten en de samenleving: insecten als voedsel en medicijn, insecten in de Afrikaanse cultuur, insecten in de technologie (1996 – heden)
  • Outreach-activiteiten: identificatie, opzet, evaluatie, monitoring, uitvoering, ondersteuning en inspectie van IPM-projecten voor het Directoraat Internationale Samenwerking (DGIS) van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, de FAO, het UNDP en andere internationale organisaties. Deelname aan internationale bijeenkomsten, werkgroepen, workshops, enz.

april 1982 – september 1985. Projectleider van het ‘Regionaal opleidingsprogramma voor gewasbescherming in de acht lidstaten van het CILSS’ (Franse afkorting voor het Permanent Interstatelijk Comité voor Droogtebestrijding in de Sahel)

  • Werkgever: Directoraat-generaal Internationale Samenwerking, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Postbus 20061, 2500 EB Den Haag, Nederland.
  • Project: Département de Formation en Protection des Végétaux (DFPV) van het Regionaal Centrum Agrhymet, Postbus 12625, Niamey, Niger.
  • Het opleidingsonderdeel van het regionale gewasbeschermingsprogramma van CILSS ging in 1982 in Niger van start en omvatte een tweejarige opleiding tot hoger technicus in gewasbescherming voor studenten uit acht Sahellanden. De studenten werden opgeleid om plagen en ziekten te herkennen en de schade die deze veroorzaken te beoordelen, laboratoriumtechnieken uit te voeren (bijv. isolatie van pathogenen), technieken voor geïntegreerde plaagbestrijding toe te passen, veilig en efficiënt met bestrijdingsmiddelen om te gaan, rekening te houden met de neveneffecten ervan op natuurlijke vijanden, de menselijke gezondheid en het milieu, en veldproeven uit te voeren.
  • Ik gaf leiding aan een team bestaande uit twee entomologen, een fytopatholoog, een viroloog/nematoloog, een deskundige op het gebied van chemische bestrijding en een administratief medewerker, en was verantwoordelijk voor het algemene management, de werving van studenten, de internationale erkenning van diploma’s en het beheer van studiebeurzen. Ik onderhield contacten met de Nederlandse ambassades in Abidjan, Dakar, Lagos, Ouagadougou en Yaoundé.
  • De lidstaten van CILSS hebben in januari 1986 besloten om het tijdelijke project (1981-1985) om te vormen tot een permanente activiteit, die tot op de dag van vandaag bestaat: http://www.agrhymet.ne/eng/

januari 1981 – januari 1982. Onderzoekswetenschapper, Laboratorium voor Entomologie, Universiteit van Wageningen

  • Werkomschrijving: computeranalyse van een sociaal-technisch onderzoek naar traditionele ongediertebestrijding bij maïs in Nicaragua. In 1978 werden tweehonderd voedselgraanboeren, ingedeeld in zes categorieën op basis van de grootte van hun bedrijf, geïnterviewd in vier productieregio’s in Nicaragua.
  • Het artikel „Traditionele ongediertebestrijding bij maïs in Nicaragua“ is verschenen in „Communications Agricultural University Wageningen“ 82‑6 (1982), 42 blz. In het kader van dit onderzoek zijn vier Nederlandse studenten van de Universiteit van Wageningen begeleid.

april 1979 – april 1981. Onderzoekswetenschapper, Laboratorium voor Entomologie, Universiteit van Wageningen

  • Begeleiders: wijlen prof. dr. J. de Wilde, hoofd van het laboratorium, en dr. L. Brader, destijds hoofd van de PPS bij de FAO.
  • Werkomschrijving: Computeranalyse van onderzoeksgegevens (verzameld als FAO-entomoloog in het kader van het project FAO/UNDP/Nic/70/002 van 1974 tot 1979 in Nicaragua) en het opstellen van het proefschrift ‘Integrated pest management in the small farmer’s maize crop in Nicaragua’, gepubliceerd in ‘Communications Agricultural University Wageningen’ 81‑6 (1981), 221 pp. Tijdens het onderzoek zijn vijf Nederlandse studenten begeleid.

november 1974 – april 1979. FAO-project als entomologisch deskundige: „Ontwikkeling en implementatie van geïntegreerde plaagbestrijding bij katoen en voedingsgranen“ in Nicaragua

  • Onderzoek: ontwikkeling van technologie voor geïntegreerde plaagbestrijding bij katoen, maïs, sorghum en bonen; het opzetten, uitvoeren, analyseren en publiceren van veldproeven; het opstellen en uitvoeren van een sociaal-technisch onderzoek naar traditionele plaagbestrijding bij voedselgranen.
  • Opleiding en voorlichting: opleiding ter plaatse van lokale medewerkers; deelname aan cursussen over geïntegreerde plaagbestrijding voor studenten, technici en voorlichters; opstellen van richtlijnen voor geïntegreerde plaagbestrijding bij maïs, sorghum en bonen; opzetten van een samenwerkingskader tussen de onderzoeksafdeling en de voorlichtingsdienst.
  • Tijdens het project zijn acht voortgangsrapporten en vijf reisverslagen ingediend. Er is begeleiding geboden aan vijf buitenlandse collega’s en vijf Nederlandse studenten.

Mei 1972 – oktober 1972. Onderzoekswetenschapper bij het International Centre of Insect Physiology and Ecology (ICIPE), Postbus 30772, Nairobi, Kenia.

Onderzoek: Oriëntatiegedrag van de oogsttermiet Hodotermes mossambicus (Hagen). Gesubsidieerd door het Zwitserse Nationale Wetenschapsfonds, subsidienummer 3.500.71. Gepubliceerd als Leuthold et al. (1976).